NL
.
Het vrije woord is er niet voor pure belediging...
Het vrije woord is er niet voor pure belediging...
Wie spreekt met nuance of bedachtzaamheid, is verdacht. Aan het uiten van kwetsende en vulgaire gedachten worden daarentegen magische eigenschappen toegeschreven. Onterecht, vindt Bas van Stokkom. Het vrije woord is bedoeld om je te verzetten tegen de macht.

Bas van Stokkom is socioloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen en auteur van o.a. Mondig tegen elke prijs en Wat een hufter! Hij sprak deze tekst op 4 mei uit tijdens een debat over de 'betekenis van het vrije woord' aan de Universiteit Utrecht.

De vervolging van de Duitse komiek Jan Böhmermann en de hechtenis van columniste Ebru Umar hebben veel commotie veroorzaakt. Als we afgaan op het tumult in media en pers is het vrije woord om zeep geholpen. De reacties liegen er niet om: Nederland zwicht voor terreur, we zijn verlinkt, de houding van het kabinet is laf. Hans Teeuwen en verwante opiniemakers die hun brood verdienen met treiteren en choqueren, lijken op oorlogspad: de tegenstander een lesje leren en nog eens een vracht extra beledigingen toeslingeren. Ook vorig jaar, na de aanslagen op Charlie Hebdo, wemelde het van de strijdlustige slogans. Sommigen claimden een 'heilig recht op heiligschennis'. Anderen wilden 'godslasterlijke satire laten escaleren'.

Ik zal deze vormen van agitatie duiden als een 'libertair populisme'. Binnen het libertaire denkframe geldt het vrije woord als een absoluut en onaantastbaar recht. In feite fungeert het als troefkaart om andere claims - van wie dan ook - af te houden. Elke inperking is verdacht. Als ik niet mag beledigen, zo gaat de redenering, is mijn vrijheid niets meer waard. Vandaar dat elk extern gezag bestreden moet worden en taboes doorbroken moeten worden. Opvallend is dat politiek rechts deze stijlvorm van voormalige linkse rebellen lijkt te hebben overgenomen: rechts presenteert zich als libertair en opstandig, links wordt neergezet als conformistisch en regentesk.

De agitatie keert zich ook tegen de elite, van corrupte bestuurders tot arrogante wetenschappers. Kenmerkend daarvoor is het gevoel dat het politiek correcte denken oprukt en dat het volk door Den Haag en Brussel voor de gek wordt gehouden. Kenmerkend is ook dat genuanceerd spreken afschuw oproept. Neem bijvoorbeeld Zwarte Piet, of de vermeende agressie van jeugdige Marokkaanse voetballers. Spreek je op bedachtzame wijze over deze kwesties, dan ben je laf, elitair, je durft niet te zeggen waar het op staat, je hebt iets te verbergen.

Dat draagt op zijn beurt weer bij aan het gevoel dat de vrijheid van meningsuiting onder grote druk staat. Zo gelooft Henri Beunders, hoogleraar ontwikkelingen in de publieke opinie, dat "de citadel van de kritische geest, van het vrije debat, al bijna is ingestort". De libertaire socioloog Frank Furedi - analyticus van de angstcultuur - vreest dat steeds meer beledigden hun critici het zwijgen zullen opleggen. Deze zorgelijke gedachten lijken sterk op de klachten van populistisch gebekte opiniemakers dat je 'tegenwoordig' niet meer over migratie kunt spreken, terwijl de kranten, praatprogramma's en blogs onophoudelijk dat issue onder de aandacht brengen.

Opiniemakers uit de school van GeenStijl menen dat hoogopgeleide progressieven met een grote boog om migratieproblemen heen lopen. Hun zogenaamde verdraagzaamheid wordt steevast als hypocrisie ontmaskerd. De onverschrokken 'benoemers' van die hypocrisie en verwante linkse misstanden zoals ontwikkelingshulp, gaan vervolgens als morele helden door het leven. Zij die kwetsen en beledigen helpen de samenleving immers verder.

Dat is ook de overtuiging van massa's mensen die GeenStijl en verwante blogs bezoeken. Zij treffen daar een knusse omgeving aan, waar je de schijn van verdraagzaamheid niet hoog hoeft te houden, niet voortdurend op je woorden hoeft te passen, ongeremd verbaal kunt 'leeglopen' of 'losgaan' en een aangenaam gevoel hebt onder verwante geesten te vertoeven. De open intolerantie geeft een zucht van verlichting, bevrijd uit het keurslijf van hypocriet fatsoen.

Klik hier voor het volledige artikel.

Terug